Niet iedereen stapt spontaan een netwerkruimte binnen. Gelukkig hoeft netwerken niet groots, vlot of uitbundig te zijn om waardevol te zijn.
Veel starters denken bij netwerken nog altijd aan volle zalen, snelle babbels en jezelf vlot voorstellen aan onbekenden. Voor sommige mensen werkt dat prima. Voor anderen voelt het vooral spannend, geforceerd of vermoeiend. En net daar begint voor mij een belangrijk inzicht: netwerken is geen trucje dat je op één juiste manier moet doen. Het is iets waar je je eigen vorm in mag vinden.
Zelf merk ik dat warm netwerken mij het meest ligt. Niet vertrekken vanuit verkopen, maar vanuit contact. Niet proberen om op korte tijd zoveel mogelijk mensen te spreken, maar ruimte maken voor een echt gesprek. Wanneer je luistert, vragen stelt en oprechte interesse toont, ontstaat er vaak vanzelf meer verbinding. Dat voelt niet alleen natuurlijker, het maakt ook dat mensen je beter onthouden.
Wat ook helpt, is om breder te kijken naar wat netwerken precies is. Dat hoeft niet altijd een formele activiteit te zijn. Een één-op-één gesprek, een koffiemoment, een berichtje om te horen hoe het met iemand gaat of een vraag om even mee te denken kan even waardevol zijn. Vaak zelfs waardevoller, omdat er meer rust en wederkerigheid in zit.
Vind je een netwerkmoment toch spannend, dan mag je het jezelf ook gewoon wat makkelijker maken. Kijk vooraf wie er aanwezig zal zijn. Spreek op voorhand met iemand af. Of geef jezelf de opdracht om niet met tien mensen te praten, maar met twee. Netwerken hoeft niet groots te zijn om iets in beweging te zetten. Klein en oprecht werkt vaak verder dan je denkt.
Voel je dat ondernemen soms vraagt om even hardop te mogen denken? Via samen sparren maak ik graag ruimte voor zo’n gesprek.



